Korte historische context
Cartier ontstaat in Parijs in 1847 en groeit in de late negentiende eeuw uit tot een van de toonaangevende juweliers van Europa. Vanaf 1902 opent het huis vestigingen in Londen en New York — die drie hoofdvestigingen (Parijs, Londen, New York) domineren de vintage-markt tot vandaag.
Het huis speelt een centrale rol in de overgang van de Belle Époque naar art deco: de geometrische lijn, het gebruik van platina en de introductie van composities zoals de Tutti Frutti-serie zijn stijldefiniërend voor de jaren twintig. Na de Tweede Wereldoorlog verlegt het accent naar iconische series en creaties in geel goud. Elk van deze periodes heeft een eigen verzamelmarkt.